Borduursteken en werkbeschrijvingen

Tekst en uitleg, voor verschillende  borduurwerkjes en steken, hieronder op een rijtje.

 

Enkele tips vooraf:

In al mijn ontwerpen worden de steken geborduurd met 2 draden splijtgaren ( tenzij anders is aangegeven)

 

In de onderstaande beschrijvingen spreek ik over "gaatjes" omdat de steken in de afbeeldingen op Aïda stof gemaakt zijn.

Gebruikt u linnen? Borduur dan de steken over minimaal twee draden.

 

De omschrijvingen zijn gemaakt voor rechtshandige borduursters.

Voor linkshandigen is de borduurrichting natuurlijk de tegenovergestelde van de hieronder aangegeven..

 

Sla, voordat u begint met borduren, de randen van de borduurstof om met rijggaren om eventueel rafelen te voorkomen.

Nadat u het patroon heeft geborduurd kunt u het werk mooi glad afwerken door het voorzichtig en

met de goede kant naar beneden gericht, onder een iets natte doek te strijken.

 

Mocht u alsnog vragen  en/of opmerkingen hebben?, neem dan gerust contact met mij op via: info@alitasborduurpatronen.nl.

 

 

Werkbeschrijving 15-vlaks biscornu

Borduur het patroon en volg daarbij nauwlettend alle aanwijzingen die onder het patroon vermeld staan op.

Belangrijkste punten:

 - Laat tussen alle geborduurde vlakjes voldoende ruimte (minimaal 4 cm) voor naadtoeslagen.

Rond elk vlakje is aan alle zijden 2 cm naadtoeslag nodig om de biscornu mooi in elkaar te kunnen zetten.

- Borduur de letters die de diverse hoekpunten markeren ook  (in elk gewenste kleur) deze letters verdwijnen in de naden wanneer de biscornu in elkaar gezet wordt.

Bij uw patroon vindt u een schematische uitleg van hoe de verschillende patroondelen in elkaar te passen.

(hoekpunt A tegen hoekpunt A, B tegen B etc.)

 

Afb. A: Schematische weergave in elkaar zetten biscornu

Afb. B: leg alle vijf vlakken voor de onderkant (hoekpunten A =centrum) volgens het schema neer op een vlakke ondergrond.

Afb C: Start met het in elkaar zetten van de onderkant van de biscornu door alle naden, die vanaf het midden naar de buitenkant lopen, met de biscornu-techniek aan elkaar te bevestiging.

Afb. D: Herhaal punt A en B met de 5 vlakken voor de bovenkant (hoekpunten B=centrum) van de biscornu en leg daarna de 5 vlakken voor de zijkanten volgens schema rondom de bovenkant van de biscornu.

Afb. E: Bevestig ( met de biscornu-techniek) de zijkantvlakken aan de bovenkant van de biscornu. De zijkantvlakken aan de bovenkantvlakken bevestigen is enigszins lastig omdat "door een hoek" genaaid moet worden.

(Tip:  Maak de eerste 3 steken na de hoek losjes en trek de naaidraad dan in één keer aan totdat de naad zich mooi sluit.)

 

Afb. F: U heeft nu de onderkant en een boven/zijkant van de biscornu klaar. Bevestig deze aan elkaar (hoekpunten zijvlakken vallen in hoeken onderkant, zie bijgeleverd schema), laat 2 naden open als vulopening.

Vul de biscornu stevig op en druk de vulling daarbij goed in de hoeken. Knip géén delen naadtoeslag of omdat de borduurstof, door de spanning die op de naden komt te staan, makkelijk rafelt/uit elkaar trekt.

Naai de biscornu  vervolgens dicht ( met de biscornu-techniek) en capitonneer deze in het midden met leuke knoopjes of kralen.

 

Veel plezier ermee!

Biscornu in elkaar zetten

Leg de beide geborduurde delen van de biscornu schuin over elkaar heen, achterzijde borduurwerk op achterzijde borduurwerk.(afb. a)

Zet de borduurdraad, die gebruikt wordt voor het dichtnaaien van de biscornu, vast aan de achterkant van het borduurwerk

En haal deze draad in één van de hoeken van dit biscornu-deel naar de voorkant van het werk. (afb. b)

Vouw de punt van dit (bovenliggende) biscornu-deel om en leg deze hoek precies op het midden van een zijde van het onderste biscornu-deel.

Rijg beide delen vervolgens aan elkaar (afb. c)

Het begin is gemaakt.

 

Rijg vervolgens de biscornu in elkaar.

De naald wordt hierbij steeds onder de draden van het borduurlinnen doorgehaald die net aan de buitenzijde van de achtersteken liggen. (afb. d)

De hoeken kunt u met een dubbele steek vastzetten om zo een mooi strak eindresultaat te krijgen.

 

Laat de laatste zijde van de biscornu open om de biscornu te vullen. (afb. e)

Vul de biscornu mooi stevig op voor een strak resultaat en naai ook de laatste zijde dicht.

Capitonneer de biscornu in het midden met een leuk knoopje of kraaltje en klaar is uw bijzondere werkstukje. (afb. f)

 

Veel plezier ermee!

De Triangle met kwastje

De Triangle in elkaar zetten.

  • Borduur het patroon waarbij als laatste de omlijnende achtersteken.
  • Knip het borduurwerk uit de stof en houd daarbij, aan alle zijden, minimaal 2 cm naadtoeslag aan.
  • Gebruik de biscornu-techniek om de punten aan elkaar te zetten.
  • Begin bij elke zijde aan de onderkant en eindig op de bovenste punt.
  • Sluit de 4e zijde eerst voor de helft en vul de triangle met vulmateriaal waarbij de vulling goed in de hoeken gedrukt moet worden.
  • Knip bij de bovenste punt de naadtoeslagen voor de helft weg.
  • Sluit de triangle en vouw alle naadtoeslag bij de bovenste punt naar binnen. Zet de draad op de punt vast met een knoopsteek maar knip deze draad nog niet af. De draad kan worden gebruikt om de triangle af te werken met kralen en/of een ophangkoordje.

Tips voor de afwerking van de triangle vindt u hieronder.

 

Stap- voor-stap  een decoratie/triangle-kwastje maken

  • Neem 15 á 25 stukjes DMC garen van elk ongeveer 10 cm lang, in de kleuren van het borduurwerk of bijpassend, en leg deze bij elkaar voor u op het werkvlak. ( fig. a)
  • Neem, in dezelfde kleur DMC splijtgaren als hierboven of een bijpassende kleur, 2 draden van ongeveer 50cm lang en rijg deze in een naald. Vanaf hier in de beschrijving noem ik deze draad het naaigaren.
  • Bindt met het uiteinde van het naaigaren het bosje garen uit fig. a, in het midden bij elkaar ( fig. b)
  • Vouw het bosje garen dubbel ( fig. c) en leg het losse eindje naaigaren in de richting van de draden in het bosje garen.
  • Het andere eind van het naaigaren ( met de naald) draait u nu een aantal malen ( 6 á 8 x) strak om de "kop" van het te maken kwastje. U zet de draad vast d.m.v. een knoopsteekje ( fig. d)
  • Steek de naald nu, van onder af, midden door de zojuist gemaakt omwikkeling heen (fig. e) en trek het naaigaren door de "kop" van het kwastje.
  • Om eventuele vouwen/kreukels uit de draden van het kwastje te halen (fig. f) kunt het even nat maken en vlak op laten drogen of droog föhnen.
  • Knip nu het kwastje, aan de onderkant, mooi recht af.
  • Met het stuk naaigaren, dat nu nog vastzit aan het kwastje, kunt u het kwastje bevestigen aan uw werkstuk.

 

Tip bij de "triangle" (fig. g) : rijg eerst een paar leuke kralen boven het kwastje voordat u het aan de triangle vastzet.

 

Ophanglus met kralen in strikje

Eenvoudig de kralen in het strikje verwerkt.

 

 Neem een stuk koord van ongeveer 50 cm. (het strikje neemt ongeveer 25 cm, sla het koord dubbel en leg er halve knoop in op de plaats waar u het strikje wilt hebben. Rijg vervolgens om beide uiteinden een kraal. (fig. a.)

  • Strik de beide uiteinden van het koord waarbij u de kralen onder de lussen houdt zodat deze in het knoopje vast komen te zitten. (fig. b)
  • De lus kan nu op de bovenkant van de Triangle bevestigd worden (fig. c)

werkbeschrijving naaldenboekje

Het  naaldenboekje in elkaar zetten, zo gaat u te werk...

 

Borduur het gehele patroon op een lapje evenweave borduurstof en houd 2 tot 2,5 cm naadtoeslag aan alle zijden.

Borduur vervolgens de omtrek en "rug"-lijntjes van het boekje (in achtersteken)

op een tweede stukje evenweave borduurstof en houd ook hier 2 tot 2,5 cm. naaldtoeslag aan. ( fig.1)

Strijk de beide lapjes en leg ze met de verkeerde zijden op elkaar.

Borduur de twee lapjes op elkaar met dezelfde techniek als bij de biscornu gebruikt wordt( fig.2)

de omslag van uw naaldenboekje is nu klaar.

 

Neem nu een stukje vilt dat aan alle zijden 2mm. smaller is dan de omslag van het  naaldenboekje,

draai het naaldenboekje met de buitenzijde naar beneden en leg vervolgens het lapje vilt erop.

Naai nu het lapje vilt op de omslag van boven naar beneden precies tussen de beide "rug"-lijntjes in. (fig.3)

Uw naaldenboekje is nu klaar, u kunt de vilten "bladzijden" gebruiken voor scherpe naalden en spelden etc.

en de binnenzijde van de omslag voor de stompe borduurnaalden, deze gaan wat lastig door het vilt. ( fig. 4)

Desgewenst kunt u het naaldenboekje nog afwerken met een sluiting,

 bijvoorbeeld een knoopje, klittenband of twee eindje lint.

Werkbeschrijving (vogel)huisje

Borduur het patroon uitgezonderd de zwarte lijnen (DMC310) in achtersteken (fig.a).

In plaats daarvan markeert u deze lijnen op de stof met kleermakerskrijt of de Air- of Water- erasable pen (fig.b).

Mijn voorkeur gaat uit naar de Water-erasable pen omdat ik hier nauwkeurig mee kan werken en de inkt makkelijk uitspoelt.

De inkt van de Air-erasable pen verdwijnt mij op deze stof iets te snel.

 

Knip het (vogel)huisje uit de stof en houd daarbij ongeveer 1,5 cm. naadtoeslag aan (fig.c).

Speld bij de staande hoeknaden (aangegeven door 2 pijltjes in fig.c) de stof op elkaar, goede kant op goede kant.

Naai de staande hoek en doe dit ook met de andere 3 staanden hoeknaden (resultaat fig.e).

Naai vervolgens de schuine daknaden dicht, goede kant stof op goede kant stof, en laat de nok open als vulopening.

Keer het werk (fig.f).

 

In geval u de water-erasable pen of het krijt gebruikt heeft, spoel dan nu de inkt of krijt uit en laat het werkje drogen.

Knip een stevig stukje karton ter grootte van de bodem van het (vogel)huisje (fig.g), leg dit op de bodem in het huisje.

Vul vervolgens het huisje met vulmateriaal.

 

Vouw bij de nok de naadtoeslagen naar binnen en naai de nok (vulopening) dicht.

Hier (fig.h) is de biscornu-techniek gebruikt ( ook op deze pagina beschreven)

In geval het dak van het (vogel)huisje  nog wordt afgedekt  met een lapje vilt  kunt u  volstaan met simpel dichtnaaien.

 

Knip nu een lapje vilt, in de kleur van uw keuze. De maten staan aangegeven op uw patroon.

Bepaal het midden en knip daar een klein gaatje met een doorsnee van ongeveer 2 mm.

 

Naai een stukje lint (minimaal 15 cm. lang) dubbelgeslagen, dus een lus vormend, aan het midden van de nok van het huisje.

Haal de lint-lus door het gaatje in het lapje vilt. Plak vervolgens het vilt, met textiellijm, op het dak van het (vogel)huisje vast.

Uw werkstuk is nu klaar maar u kunt het huisje, naar eigen inzicht en creativiteit, natuurlijk nog verder "opleuken" met kraaltjes o.i.d.

 

Veel plezier ermee! 

 

 

 

 

 

 

Theemuts en eierwarmer

Benodigdheden: patroontekenpapier, naaigaren en voor de

eierenwarmer:      2x (geborduurde) stof buitenzijde 11 x 8 cm , 2x stof binnenzijde 11 x 10 cm. Stukje lint/band á 4 cm.

theemuts:   2x (geborduurde) stof buitenzijde plus naadtoeslag, 2x stof binnenzijde plus 3 cm omslag aan de onderzijde en aan alle kanten nog een naadtoeslag , 2x fiberfill  in de maten van de theemuts.  Stukje lint/band á 6 cm.

De maten voor de theemuts hangen natuurlijk af van de grootte van de theepot en zullen door uzelf bepaald moeten worden. Tip:  bedenk dat ook de vulling ruimte inneemt en neem de afmetingen liever aan de ruime kant, afknippen kan altijd nog, bijknippen niet.

De stof die voor de binnenzijde van het werk gebruikt wordt is ook aan de buitenzijde zichtbaar, het is daarom belangrijk dat deze stof bij het borduurwerk past.

Zo gaat u te werk:

Start met het overnemen, bijtekenen en knippen van het gewenste papieren patroondeel van het bijgeleverde patronenblad.

Stap 1: voorzijde:  Leg het uitgeknipte patroondeel op de stof voor de buitenzijde/geborduurde zijde van de theemuts/eierwarmer, de onderrand van het patroondeel moet hierbij 1 cm. onder de onderrand van het geborduurde deel van de stof komen. (over deze rand van 1 cm zal de stof voor de binnenzijde gevouwen worden)

Teken de omtrek van het patroondeel op de stof met textielkrijt of een air/water erasable pen. (fig.1)

Knip dit deel uit de stof en houd daarbij aan alle zijden 1 cm naadtoeslag aan behalve aan de onderzijde ( net als in fig.3)

Herhaal stap 1 nu voor de achterzijde.

Stap 2 :

Neem de 2 stukken stof voor de binnenzijde en leg deze op elkaar.  Leg het uitgeknipte patroondeel op de dubbelgenomen stof voor de binnenzijde.  

Teken de omtrek van het patroondeel op de stof en teken een extra rand van 2 cm langs de onderkant. (fig.2)  (deze rand zal over de stof buitenzijde van de theemuts/eierwarmer gevouwen worden)

Knip het geheel uit de stof en houd daarbij aan alle zijden 1 cm naadtoeslag aan behalve aan de onderzijde ( net als in fig.3)

Extra voor de theemuts: knip het patroondeel, inclusief 1 cm naadtoeslag, behalve aan de onderkant, 2 x uit de fiberfill. Deze vulling-delen worden dus even groot als de delen voor de buitenzijde van de theemuts.

 Stap 3

Neem het stukje lint/band, vouw dit dubbel en rijg of speld het precies in het midden van de ronde bovenlijn,  aan de goede kant van één van de beide delen van de geborduurde stof. (fig.4)

In stap 4 worden de verschillende werkwijzen voor de theemuts en de eierwarmer apart beschreven.

Stap 4 voor de theemuts:

Leg alle uitgeknipte stof en fiberfill delen met de rondingen precies op elkaar. (fig.5)

In het midden (a) de geborduurde stofdelen voor de buitenzijde van de theemuts, goede kant op goede kant.  Daarop en daaronder de fiberfill-delen (b) en  daarop en onder de stoffen delen die de uiteindelijke binnenkant van de theemuts gaan worden (c).

Aan de onderzijde van de patroondelen steekt de stof voor de binnenkant ongeveer 2 cm. voorbij de fiberfill en de geborduurde stof.(fig.6)Naai alle delen 1 cm. vanaf de randen op elkaar maar laat de onderzijde van de theemuts open.  Werk de naad af en keer de theemuts.

Stap 4 voor de eierwarmer:

Leg de twee geborduurde stofdelen op elkaar, goede kant op goede kant, en naai deze op elkaar, 1 cm vanaf de rand,  maar laat de onderkant van het eierwarmertje open.  Werk de naad af en keer het werk.  Doe dit vervolgens ook met de twee stofdelen voor de binnenzijde van het eierwarmertje. U heeft nu de binnen en buitenzijde van het eierwarmertje.(fig.7.)  Schuif beide delen in elkaar (fig.8)

Stap 5  (vanaf hier is de werkwijze voor beide werkjes weer hetzelfde)

De binnenstofdelen steken 2 cm. onder de andere stofdelen uit langs de onderkant van het werk.  Vouw deze strook stof in het midden om richting de buitenkant van het werk (fig.9)    Vouw de strook vervolgens om de onderrand van de geborduurde stofdelen en speld of rijg ze vast. (fig.10)

Naai de omgeslagen strook, smal op het bovenrandje, vast op de buitenzijde van de theemuts/eierwarmer. (fig.11)

 

Geniet van uw eitje of warme kop thee…

De mini-quilt werkbeschrijving

Nadat u het patroontje geborduurd hebt gaat u als volgt te werk: Strijk aan de achterzijde van de mini-quilt een stukje plakvlieseline. Knip het quiltje vlak langs de rand uit. Maak op de kaart een "waslijntje" door een eindje borduurgaren aan beide zijden van de kaart te bevestigen ( dit kan door te lijmen of het eindje garen door het karton heen te halen en vast te zetten d.m.v. een knoopje). Hang het mini-quiltje met de beide knijpertjes aan het "waslijntje" en klaar is uw kaart. de quiltjes zijn ook leuk om aan een "waslijntje" in een schilderij/fotolijstje te hangen.

Pixel haken (borduurpatronen haken)

Veel van mijn eenvoudige kruissteekpatronen zijn zeer geschikt om te haken, het zogenaamde "pixel haken".

Vandaar, voor alle haak liefhebbers, deze beknopte uitleg.

 

-Voor dicht haakwerk, losjes gehaakt geschikt voor bijvoorbeeld dekens en sierkussens, kunt u 2 x 2 vasten haken,

elke pixel is dus 4 vasten. U haakt dan elke rij pixels twee keer. (heen en terug)

-Voor soepeler haakwerk haakt u twee stokjes per pixel/kruissteek.

-Een andere manier om een kruissteekpatroon te haken is door per pixel/kruissteek één grannysquare te haken en deze later aan elkaar te zetten.

 

De kleuren die ik gebruikt in mijn ontwerpen zult u, vanzelfsprekend,  zelf moeten vervangen door soortgelijke kleuren haakgaren.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp,  neem dan gerust contact met mij op.

 

Ik wens u veel haakplezier!

De kruissteek

De naald wordt in de linkerbovenhoek vanaf de achterkant van de stof naar voren gehaald.

Vervolgens gaat u met de naald naar de rechter benedenhoek van de steek, steekt hem door de stof naar achteren en haalt hem in de linker benedenhoek weer naar de voorkant van de stof. De kruissteek wordt afgemaakt door de naald in de rechter bovenhoek weer naar de achterkant van het werk te steken.

 

Denk eraan dat u bij het maken van een borduurwerk, zoveel mogelijk van rechts naar links en van boven naar onder probeert te werken. Deze werkwijze zorgt ervoor dat het borduurwerk schoon en netje blijft.

 

 

De achtersteek

De achtersteek is eigenlijk een simpele stiksteek. ( van links naar rechts)

U haalt de naald vanaf de achterkant van het werk naar voren, steekt hem één gaatje terug weer naar achteren ( figuur a) en haalt de naald twee gaatjes verder weer naar de voorkant van het werk. Dit proces wordt steeds herhaald.

Het Franse knoopje

Lees ook deze afbeelding van links naar rechts.  Haal de draad naar de voorkant van het werk en vorm een boogje met de draad zoals afgebeeld in fig.a.

Sla de draad 1 maal om de naald als in fig. b en steek de naald weer in het werk door hetzelfde gaatje als waardoor de draad naar de voorkant van het werk gehaald is, zie fig. c.

Trek de draad losje aan om te voorkomen dat het knoopje verdwijnt.

Uw Franse knoopje is klaar. ( fig. d)

 

Metallicsplijt- en fluorescerende garens

In mijn patronen maak ik veelvuldig gebruik van metallic splijtgarens en soms ook fluoriderend borduurgaren.

Het werken met de metallic splijtgarens blijft enigszins lastig, hieronder volgen een paar handige tips.

 

Om prettig te kunnen borduren met deze garensoort moet het anders dan katoen door de naald gehaald te worden.

 

Neem een iets langer stuk garen (max. 1 meter) dan u gewend bent van katoen te nemen en neem hiervan slechts één draad.

Pak de draad in het midden en doe de lus door de naald (afb. a).

Haal de naald door de lus (afb. b). Trek de losse delen draad aan zodat de draad stevig aan de naald zit. (afb. c).

Op deze manier kunt u met dubbele draad borduren.

 

Borduurt u 6 kruisjes per cm of meer, borduur dan altijd met een enkele draad i.p.v. een dubbele, ook al staat op het patroon vermeldt dat de steken met twee draden garen geborduurd moeten worden. Dit omdat een dubbele draad bij zulke kleine steekjes tot een zeer onregelmatig resultaat leidt en bovendien slijt het garen te veel tijdens het borduren.

 

Bij het borduren met 1 draad neemt u een iets korter stuk garen ( ongeveer 60 cm), rijg nu het garen op dezelfde manier in de naald als hierboven beschreven maar pak de draad nu niet in het midden, om er een lus van te maken die door het oog van de naald gestoken wordt, maar ongeveer  7 cm vanaf één van de uiteinden. Zo heeft u een enkele lange draad en een klein stukje korte draad aan de naald en zit de draad toch stevig vast.

 

Het metallic garen heeft de neiging stuk te gaan naarmate het vaker door de stof gehaald wordt.Neem daarom niet een te lang stuk garen per keer.

Borduur de steken stapsgewijs, d.w.z. haal de gehele draad naar voren van het werk en vervolgens in z'n geheel weer naar de achterkant, hierbij passeert de draad maar 1 gaatje per keer. Dus niet de naald vanaf de voorkant door de stof onder de stofdraden door weer naar de voorkant waarbij de draad in een keer door twee gaatjes tegelijk gehaald wordt.

 

Heeft u nog vragen? Neem gerust contact met mij op.

 

 

Startersinfo: Hoe lees ik een borduurpatroon

Voor de jeugd

 

Hiernaast staat een borduurpatroon afgebeeld. Het plaatje heet de teltekening.

Op de teltekening zie je heel veel hokjes staan, lege hokjes maar ook hokjes met een tekentje er in.

Alle hokjes met tekentjes stellen kruissteekjes voor. Deze kruisjes moeten op de borduurstof geborduurd worden.

Het tekentje geeft aan welke kleur borduurgaren er voor dat kruissteekje gebruik moet worden.

 

Onder de teltekening staat een rijtje tekentjes met een kleuromschrijving en een kleurnummer erachter, de legenda.

Hierop kun je dus zien bij welk tekentje je welke kleur borduurgaren moet gebruiken.

 

Op de teltekening staan ook nog 4 pijltjes, aan elke zijde van de tekening één.

( Als je op het vergrootglaasje, rechts onder het patroon, klikt en vasthoudt kun je het patroon helemaal bekijken)

Als je twee denkbeeldige lijnen trekt, één tussen het bovenste en het onderste pijltje en één tussen het linker en het rechter pijltje, dan is het punt waar deze twee lijnen elkaar kruisen precies het midden van het patroon.

 

In dit geval komen we uit bij een hokje met daarin een tekentje dat een beetje lijkt op een vierkant stukje gaas of wafeltje of zoiets.

In de legenda staat dat bij dit tekentje de kleur zwart nr. 310 hoort.

Precies in het midden van de borduurstof moet dus een zwart kruisje komen.

 

Als het eerste zwarte kruisje geborduurd is kun je tellen op de teltekening waar het volgende zwarte kruisje moet komen.

Als er naast/boven of onder de zwarte kruisjes een andere kleur moet komen, kun je in de legenda zien welke kleuren je daarvoor moet gebruiken.

Zo lees je dus een borduurpatroon.

startersinfo: Garen splijten en stof-midden zoeken

Er is iets vreemds aan de hand met borduurgaren, als je het goed bekijkt zie je dat het uit 6 draadjes bestaat.

Maar.. we borduren kruissteekjes, normaal gesproken, met 2 draadjes. 

Dus het garen moet gesplitst worden voordat we het door het oog van de naald kunnen rijgen.

 

Zo splits je borduurgaren. 

Waarschuwing vooraf: doe dit rustig en voorzichtig anders raakt het garen in de knoop.

-Knip eerst een stuk garen af van ongeveer 50 cm lang.

Niet langer want raakt het snel in de knoop.

 

Kijk goed naar de foto (links) met het groene borduurgaren. 

Houd jou stuk garen met de rechterhand aan één uiteinde stevig vast.

- Steek je linker wijsvinger tussende 6 draadjes door zodat je aan één kant 2 en aan de andere kant 4 draadjes hebt.

- Houd het stuk draad daaronder, heel losjes,tussen je linker duim en middelvinger.

- laat nu je linker wijsvinger rustig tussen de draden door naar beneden glijden. Je linker duim en middelvinger glijden rustig mee naar beneden.

Doe het zo rustig dat de draden de tijd krijgen om rond te draaien.

Lukt het niet meteen de eerste keer? geen nood! Even diep uitademenen en opnieuw beginnen of.... vraag gerust om hulp.

Dit kan behoorlijk lastig zijn.

 

Gelukt? Wikkel dan eerst het stuk garen dat je niet meteen gebruikt weer om het wikkelkaartje. Zo blijft het netjes en raakt het niet in de war.

 

De 2 afgesplitste draden kun je nu, alsof het 1 draad is, door het oog van de naald rijgen.

Ook dat kan in het begin behoorlijk lastig zijn. Oefening baart kunst.... dus probeer gerust een paar keer voor je om hulp vraagt!

Tip: maak met je lippen de eerste centimeter van de draad een beetje nat. 

 

Als de draad in de naald zit kan het borduren beginnen.

Het eerste kruisje, die in het midden van de teltekening, hoort ook in het midden van de stof te komen.

Op de foto hiernaast zie je dat je heel makkelijk het midden van de stof kunt zoeken.

Vouw je lapje 2 x dubbel en dan weer open . Tip: Maak de vouwen een beetje scherper door ze goed plat te drukken.

 

 

 

 

 

Startersinfo: Beginnen met je bordurenwerk

Even voor alle duidelijkheid:

-Borduren doe je dus met 2 draden maar vanaf nu noem ik dat steeds gewoon "draad".

-Als ik spreek over de "voorkant van het werk", dan bedoel ik de bovenkant, de kant die je ziet en die de "mooie" kant gaat worden.

 

Om er voor te zorgen dat je draad niet steeds door de stof glipt als je de eerste steek wilt maken zie je hiernaast een trucje.

- Leg eerst een knoopje aan het uiteinde van je draad. (Niet aan de kant van de naald maar aan de andere kant.)

-  Steek je naald en draad, vanaf de voorkant van je lapje, door de stof heen en trek de draad aan totdat het knoopje tegen de stof aanzit.

Doe dit ergens langs de zijkant van je lapje.

- Steek nu je naald en draad vanaf de achterkant van je lapje, naar voren.

Doe dit in het midden van je lapje.

 

Nu ben je klaar om de eerste (middelste) kruissteek te maken.

 

 

 

Startersinfo: Een kruissteek maken

Voordat je kruissteekjes gaat borduren is het handig om 4 dingen te weten.

 

1. Borduren is eigenlijk net als tekenen, maar dan met naald en draad,

2. Lijntjes die je niet wilt zien zitten aan de achterkant van je stof.

    Lijntjes die je wel wilt zien zitten een de voorkant.

3. Een kruisje betaat uit 2 lijntjes (steekjes) tussen 4 gaatjes in de stof.

    Het lijkt het mooist als alle bovenste lijntjes dezelfde kant uit wijzen.

4. Kruisjes borduren is heel makkelijk.

 

Op de afbeelding hiernaast zie je hoe.

- Bij borduurnaald 1:

Je naald en draad zijn al aan de voorkant van je stof bij gaatje A.

Door gaatje B gaan ze weer naar de achterkant.

Door gaatje C gaan ze weer naar de voorkant.

- Bij borduurnaald 2:

Je naald en draad zijn al aan de voorkant bij gaatje C.

Door gaatje D gaan ze weer naar de achterkant.

Door gaatje E komen ze weer naar de voorkant.

 - Bij borduurnaald 3:

Nu begin je aan het 2e kruisje.

Je naald en draad zijn al aan de voorkant bij gaatje E.

Door gaatje F gaan ze weer naar de achterkant.

Kruisje 2 is klaar!

 

Wil je nu nog een kruisje naast deze 2 kruisjes?

Steek dan de naald weer naar de voorkant door gaatje G.

 

Wil je een kruisje ergens anders? Ga je gang en bepaal waar je dit kruisje hebben wilt.

Een kruisje ligt tussen 4 gaatjes in de stof.

Dus, begin met de naald en draad naar de voorkant van je stof te halen door het gaatje

linksboven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Startersinfo: Een rijtje kruisjes maken

Als je een rijtje kruisjes wilt maken kan het ook anders.

Kijk even mee op de foto hiernaast.

Hier komen de 3 kruisjes ( bovenste plaatje)

Eerst alle onderste steekjes (lijntjes) maken van alle kruisjes in het rijtje ( middelste plaatje).

Daarna alle bovenste steekjes ( onderste plaatje).

 

De naald komt naar de voorkant van de stof in de linkerhoek van het eerste (rechter) kruisje.(A)

Bij gaatje B steek je de naald weer door de stof naar achteren.

Bij gaatje c naar voren, gaatje D naar achteren en dan nog zo'n steekje ernaast maken.

 

Als je 3 schuine streepjes hebt steek je de naald naar de voorkant van de stof in de linker onderhoek (gaatje G)

van wat het laatste kruisje moet worden.

Bij gaatje H steek je de naald weer door de stof naar achteren.

Bij gaatje I naar voren, gaatje J naar achteren en dan nog zo'n steekje ernaast maken.

 

Nu zijn je 3 kruisje gemaakt en is de draad weer aan het begin van het rijtje.

Een goed begin als je er nog zo'n rijtje boven wilt borduren.

Je draad is al bijna op de goede plaats om met het volgende rijtje te beginnen. 

 

Jij mag dus kiezen op welke manier jij de kruisjes borduurd, één heel kruisje tegelijk of...

schuine steekjes op de heenweg en dan schuine steekjes op de terugweg.

Wat vind jij het handigst?

 

 

 

 

 

Startersinfo: Aan- en afhechten

Als je je borduurwerk in een lijste doet of in een sleutelhanger bijvoorbeeld,

dan is het niet fijn als er knoopjes of dikke proppen borduurgaren aan de achterkant van het borduurwerk zitten.

Bij een sleutelhanger is het zelfs zo dat het afsluitplaatje dan niet meer past.

 

Het is dus belangrijk dat de achterkant er een beetje netjes uitziet, niet bobbelig en geen grote lussen of losse draden.

 

Dit kan als je de losse stukjes borduurgaren, aan de achterkant van je borduurwerk, onder de steekjes doorhaald.

Gewoon de draad, met de naald, 3 á 4 cm onder een paar steekjes doorhalen. (zie foto)

 

Afhechten:

- Zorg dat je naald en draad aan de achterkant van je borduurwerk zijn.

- Steek de naald onder een paar borduursteekjes door en trek de draad aan ( voorzichtig en vooral niet te strak).

- Knip de draad af.

Knoopjes-truc:

Heb jij de knoopjes-truc gebruikt toen je begon met het eerste kruisssteekje?

- Knip nu het knoopje, aan de voorkant van je borduurwerk, af.

- De lange losse draad aan de achterkant rijg je nu door het oog van de naald.

- Afhechten, klaar!

Aanhechten:

Werkt eigenlijk net zoals afhechten maar dan andersom.

- Rijg de nieuwe kleur door je naald.

- Steek de naald onder een paar borduursteekjes door (aan de achterkant van het borduurwerk).

- Trek de draad voorzichtig aan, rustig... anders glijd het uiteinde van de draad onder de steekjes door.

- Eerst een knoopje in de draad leggen en dan aanhechten? 'Dat kan, maar....

vergeet niet het knoopje later weer van de draad af te knippen. Anders wordt het een vervelend bultje.

 

Succes! en heel veel Borduurplezier!

 

p.s. Vragen en opmerkingen zijn altijd welkom!  per email: info@alitasborduurpatronen.nl