Borduursteken en werkbeschrijvingen

Bent u beginnende borduurster en heeft u even zo'n moment van "hoe was het ook al weer"? De borduursteken die ik gebruik in mijn borduurpatronen, heb ik hier nog even voor u op een rijtje gezet.

 

In al mijn ontwerpen worden de steken geborduurd met 2 draden splijtgaren ( tenzij anders is aangegeven)

 

In de onderstaande beschrijvingen spreek ik over "gaatjes" omdat de steken in de afbeeldingen op Aïda stof gemaakt zijn.

Gebruikt u linnen? Borduur dan de steken over minimaal twee draden.

 

De omschrijvingen zijn gemaakt voor rechtshandige borduursters.

Voor linkshandigen is de borduurrichting natuurlijk de tegenovergestelde van die hieronder aangegeven staat.

 

Verder vindt u hier de werkbeschrijving voor een aantal van mijn patronen zoals de biscornu, het naaldenboekje en de (vogel)huisjes.

Mocht u alsnog vragen  en/of opmerkingen hebben?, neem dan gerust contact met mij op via: info@alitasborduurpatronen.nl.

 

 

Pixel haken (borduurpatronen haken)

Veel van mijn eenvoudige kruissteekpatronen zijn zeer geschikt om te haken, het zogenaamde "pixel haken".

Vandaar, voor alle haak liefhebbers, deze beknopte uitleg.

 

-Voor dicht haakwerk, losjes gehaakt geschikt voor bijvoorbeeld dekens en sierkussens, kunt u 2 x 2 vasten haken,

elke pixel is dus 4 vasten. U haakt dan elke rij pixels twee keer. (heen en terug)

-Voor soepeler haakwerk haakt u twee stokjes per pixel/kruissteek.

-Een andere manier om een kruissteekpatroon te haken is door per pixel/kruissteek één grannysquare te haken en deze later aan elkaar te zetten.

 

De kleuren die ik gebruikt in mijn ontwerpen zult u, vanzelfsprekend,  zelf moeten vervangen door soortgelijke kleuren haakgaren.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp,  neem dan gerust contact met mij op.

 

Ik wens u veel haakplezier!

De mini-quilt werkbeschrijving

Nadat u het patroontje geborduurd hebt gaat u als volgt te werk: Strijk aan de achterzijde van de mini-quilt een stukje plakvlieseline. Knip het quiltje vlak langs de rand uit. Maak op de kaart een "waslijntje" door een eindje borduurgaren aan beide zijden van de kaart te bevestigen ( dit kan door te lijmen of het eindje garen door het karton heen te halen en vast te zetten d.m.v. een knoopje). Hang het mini-quiltje met de beide knijpertjes aan het "waslijntje" en klaar is uw kaart. de quiltjes zijn ook leuk om aan een "waslijntje" in een schilderij/fotolijstje te hangen.

werkbeschrijving naaldenboekje

Het  naaldenboekje in elkaar zetten, zo gaat u te werk...

 

Borduur het gehele patroon op een lapje evenweave borduurstof en houd 2 tot 2,5 cm naadtoeslag aan alle zijden.

Borduur vervolgens de omtrek en "rug"-lijntjes van het boekje (in achtersteken)

op een tweede stukje evenweave borduurstof en houd ook hier 2 tot 2,5 cm. naaldtoeslag aan. ( fig.1)

Strijk de beide lapjes en leg ze met de verkeerde zijden op elkaar.

Borduur de twee lapjes op elkaar met dezelfde techniek als bij de biscornu gebruikt wordt( fig.2)

de omslag van uw naaldenboekje is nu klaar.

 

Neem nu een stukje vilt dat aan alle zijden 2mm. smaller is dan de omslag van het  naaldenboekje,

draai het naaldenboekje met de buitenzijde naar beneden en leg vervolgens het lapje vilt erop.

Naai nu het lapje vilt op de omslag van boven naar beneden precies tussen de beide "rug"-lijntjes in. (fig.3)

Uw naaldenboekje is nu klaar, u kunt de vilten "bladzijden" gebruiken voor scherpe naalden en spelden etc.

en de binnenzijde van de omslag voor de stompe borduurnaalden, deze gaan wat lastig door het vilt. ( fig. 4)

Desgewenst kunt u het naaldenboekje nog afwerken met een sluiting,

 bijvoorbeeld een knoopje, klittenband of twee eindje lint.

Werkbeschrijving (vogel)huisje

Borduur het patroon uitgezonderd de zwarte lijnen (DMC310) in achtersteken (fig.a).

In plaats daarvan markeert u deze lijnen op de stof met kleermakerskrijt of de Air- of Water- erasable pen (fig.b).

Mijn voorkeur gaat uit naar de Water-erasable pen omdat ik hier nauwkeurig mee kan werken en de inkt makkelijk uitspoelt.

De inkt van de Air-erasable pen verdwijnt mij op deze stof iets te snel.

 

Knip het (vogel)huisje uit de stof en houd daarbij ongeveer 1,5 cm. naadtoeslag aan (fig.c).

Speld bij de staande hoeknaden (aangegeven door 2 pijltjes in fig.c) de stof op elkaar, goede kant op goede kant.

Naai de staande hoek en doe dit ook met de andere 3 staanden hoeknaden (resultaat fig.e).

Naai vervolgens de schuine daknaden dicht, goede kant stof op goede kant stof, en laat de nok open als vulopening.

Keer het werk (fig.f).

 

In geval u de water-erasable pen of het krijt gebruikt heeft, spoel dan nu de inkt of krijt uit en laat het werkje drogen.

Knip een stevig stukje karton ter grootte van de bodem van het (vogel)huisje (fig.g), leg dit op de bodem in het huisje.

Vul vervolgens het huisje met vulmateriaal.

 

Vouw bij de nok de naadtoeslagen naar binnen en naai de nok (vulopening) dicht.

Hier (fig.h) is de biscornu-techniek gebruikt ( ook op deze pagina beschreven)

In geval het dak van het (vogel)huisje  nog wordt afgedekt  met een lapje vilt  kunt u  volstaan met simpel dichtnaaien.

 

Knip nu een lapje vilt, in de kleur van uw keuze. De maten staan aangegeven op uw patroon.

Bepaal het midden en knip daar een klein gaatje met een doorsnee van ongeveer 2 mm.

 

Naai een stukje lint (minimaal 15 cm. lang) dubbelgeslagen, dus een lus vormend, aan het midden van de nok van het huisje.

Haal de lint-lus door het gaatje in het lapje vilt. Plak vervolgens het vilt, met textiellijm, op het dak van het (vogel)huisje vast.

Uw werkstuk is nu klaar maar u kunt het huisje, naar eigen inzicht en creativiteit, natuurlijk nog verder "opleuken" met kraaltjes o.i.d.

 

Veel plezier ermee! 

 

 

 

 

 

 

Biscornu in elkaar zetten

Leg de beide geborduurde delen van de biscornu schuin over elkaar heen, achterzijde borduurwerk op achterzijde borduurwerk.(afb. a)

Zet de borduurdraad, die gebruikt wordt voor het dichtnaaien van de biscornu, vast aan de achterkant van het borduurwerk

En haal deze draad in één van de hoeken van dit biscornudeel naar de voorkant van het werk. (afb. b)

Vouw de punt van dit (bovenliggende) biscornudeel om en leg deze hoek precies op het midden van een zijde van het onderste biscornudeel.

Rijg beide delen vervolgens aan elkaar (afb. c)

Het begin is gemaakt.

 

Rijg vervolgens de biscornu in elkaar.

De naald wordt hierbij steeds onder de draden van het borduurlinnen doorgehaald die net aan de buitenzijde van de achtersteken liggen. (afb. d)

De hoeken kunt u met een dubbele steek vastzetten om zo een mooi strak eindresultaat te krijgen.

 

Laat de laatste zijde van de biscornu open om de biscornu te vullen. (afb. e)

Vul de biscornu mooi stevig op voor een strak resultaat en naai ook de laatste zijde dicht.

Capitonneer de biscornu in het midden met een leuk knoopje of kraaltje en klaar is uw bijzondere werkstukje. (afb. f)

 

Veel plezier ermee!

De kruissteek

De naald wordt in de linkerbovenhoek vanaf de achterkant van de stof naar voren gehaald.

Vervolgens gaat u met de naald naar de rechter benedenhoek van de steek, steekt hem door de stof naar achteren en haalt hem in de linker benedenhoek weer naar de voorkant van de stof. De kruissteek wordt afgemaakt door de naald in de rechter bovenhoek weer naar de achterkant van het werk te steken.

 

Denk eraan dat u bij het maken van een borduurwerk, zoveel mogelijk van rechts naar links en van boven naar onder probeert te werken. Deze werkwijze zorgt ervoor dat het borduurwerk schoon en netje blijft.

 

 

De achtersteek

De achtersteek is eigenlijk een simpele stiksteek. ( van links naar rechts)

U haalt de naald vanaf de achterkant van het werk naar voren, steekt hem één gaatje terug weer naar achteren ( figuur a) en haalt de naald twee gaatjes verder weer naar de voorkant van het werk. Dit proces wordt steeds herhaald.

Metallicsplijt- en fluorescerende garens

In mijn patronen maak ik veelvuldig gebruik van metallic splijtgarens en soms ook fluoriderend borduurgaren.

Om prettig te kunnen borduren met deze garensoort moet het anders dan katoen door de naald gehaald te worden.

 

Neem een iets langer stuk garen dan u gewend bent van katoen te nemen en gebruik hiervan slechts één draad.

Pak de draad in het midden en doe de lus door de naald (afb. a).

Haal de naald door de lus (afb. b).

Trek de losse delen draad aan zodat de draad stevig aan de naald zit. (afb. c).

 

Het metallic garen heeft de neiging stuk te gaan naarmate het vaker door de stof gehaald wordt.

Neem daarom niet een te lang stuk garen per keer.